02-01-11

Media zijn medeplichtig aan kindermisbruik in Amsterdam

 

Press.freedom.jpgMEDIA ZIJN MEDEPLICHTIG AAN KINDERMISBRUIK IN AMSTERDAM

'De media overdrijven bij de huidige berichtgeving over kindermisbruik en kinderporno', vinden zowel sociaal psycholoog Hans van de Sande, verbonden aan Rijksuniversiteit Groningen als mediasocioloog Peter Vasterman van de Universiteit van Amsterdam. 

Maar hooggeleerde professoren vergissen zich wel eens.

Jarenlang heeft de vzw Werkgroep Morkhoven de media over de kinderpornozaak Zandvoort met de bijna 100.000 slachtoffers (waaronder ook verkrachte en gefolterde peuters) geinformeerd.
Jarenlang heeft zij de media geinformeerd over het feit dat de kinderpornozaak Zandvoort door de autoriteiten in de doofpot werd gestoken.
De media bleven echter eindeloos de roddel verspreiden dat Marcel Vervloesem van de vzw Werkgroep Morkhoven een 'zelfverklaarde kinderpornojager was die zélf kinderen misbruikte'. 
Zij gebruikten hun media-proces tegen Vervloesem als een afleidingsmanoeuver en zwegen de kinderpornozaak Zandvoort mee dood.
Ook toen de vzw Werkgroep Morkhoven hen meldde dat de kindermisbruikers en kinderpornoproducenten door deze doofpotoperatie ongestraft hun gang konden blijven gaan, zwegen zij.
De media zijn dus met andere woorden medeplichtig voor het kindermisbruik in Amsterdam. 
Dit kindermisbruik had gemakkelijk voorkomen kunnen worden indien de Justitie een correct onderzoek had gevoerd en indien de media op een objectieve manier over deze affaire hadden bericht.

Page3.gif

Commentaren

EMINE BOZKURT
Europarlementariër

Een Europese aanpak tegen kindermisbruik
27 december 2010

De grote Amsterdamse zedenzaak houdt de gemoederen bezig in Nederland. Daar kwam nog de zaak op een kinderdagverblijf in Flevoland bij. Ook in Oostenrijk kwam een grote kinderpornozaak aan het licht. Onder de verdachten vier leraren en iemand die net als de verdachte Robert M. in de Amsterdamse zaak op een kinderdagverblijf werkt. Wim Deetman presenteerde afgelopen maand zijn rapport over jarenlang misbruik binnen de rooms-katholieke kerk. Natuurlijk reageert de samenleving geschokt. Er is veel ongeloof en boosheid dat dit allemaal onder onze neus gebeurt. Er is de roep om een stevige aanpak, om gerechtigheid, en die is terecht. Hoe kon het bijvoorbeeld toch gebeuren dat M., die in Duitsland al tegen de lamp liep, in Nederland ogenschijnlijk rustig verder kon gaan?

Internationale dimensie
Het is duidelijk dat de internationale dimensie een steeds grotere rol speelt bij kinderpornonetwerken. Daders werken helaas beter samen over de grens dan de instanties die ze moeten bestrijden.

Mensenhandelaars bewegen over de grens en halen overal kinderen vandaan voor hun monsterlijke praktijken zoals kinderprostitutie of kinderporno. Dit materiaal wordt dan weer digitaal verspreid naar alle delen van de wereld.

Kinderen, de meest kwetsbaren in onze samenleving, worden zowel binnen als buiten Europa slachtoffer en hebben bescherming nodig. Dan gaat het over preventie van kindermisbruik, maar ook over een zeer zorgvuldige omgang met de slachtoffertjes door ze tijdens het proces niet aan de daders bloot te stellen.

Beter samenwerken
Bij het bestrijden van netwerken en daders moeten de Europese lidstaten meer met elkaar samenwerken op justitieel terrein. We zien dat de samenwerking via Eurojust en Europol, de Europese organisaties voor justitiële samenwerking, vruchten begint af te werpen bij het oprollen van netwerken van kindermisbruik en kinderporno.

Maar dit vraagt ook een grote inspanning van de lidstaten zelf om bureaucratische barrières op te ruimen, die het effectief bestrijden van kindermisbruik in de weg zitten. De uitwisseling van gegevens moet nog veel beter, sneller en efficiënter.

Nieuwe wetgeving
In het Europees Parlement werken we aan nieuwe wetgeving die kindermisbruik en kinderporno moet bestrijden. Er ligt een voorstel van de Europese Commissie dat we 10 januari a.s. gaan bespreken. Nieuw hierin is het strafbaar maken van ‘grooming’, het benaderen van en contact leggen met kinderen door een pedofiel met als uiteindelijke doel het mogelijk maken van seksueel contact door de seksuele drempels en remmingen van het kind te verlagen.

Daarnaast moet sekstoerisme een reden tot strafverzwaring zijn. Wat het huidige voorstel mist is een afschaffing of verlenging van de verjaringstermijn in het geval van kindermisbruik. In sommige gevallen, zoals met het misbruik in de rooms-katholieke kerk, kan dat er toe leiden dat de daders de dans ontspringen, omdat slachtoffers pas vele jaren later de moed hebben om aangifte te doen.

Kindermisbruik verjaart niet. Ik zal daarom voorstellen de nieuwe wetgeving in die zin aan te passen.

Nooit meer werken met kinderen
Wat Robert M betreft, het zou veroordeelde daders van kindermisbruik verboden moeten worden om ooit nog met kinderen te werken. En ik vind dat het niet moet uitmaken of het betaald of vrijwilligerswerk is.

Helpt een Europees pedoregister daarbij? De roep hierom vanuit de Tweede Kamer is duidelijk, maar die gaat voorbij aan het feit dat er al een Europees Strafregister (ECRIS) in de maak is, dat eind april 2012 operationeel moet worden. Het is de bedoeling dat rechters bij een rechtszaak dit register kunnen raadplegen of er veroordelingen in andere lidstaten zijn.

Met enige aanpassingen zou dit systeem ook gebruikt kunnen worden om te zorgen dat veroordeelde kindermisbruikers nooit meer met kinderen werken in alle lidstaten van de Europese Unie.

Ik pleit voor een Europese verklaring omtrent gedrag, die gekoppeld wordt aan dat strafregister. Hiermee zou elk kinderdagverblijf, elke sportvereniging, elke school, vooraf precies kunnen weten met wie ze aan de slag wil gaan.

Enkel een Europese aanpak voorkomt dat kindermisbruikers ongehinderd over de grens verder kunnen gaan met hun praktijken.

http://nu.pvda.nl/berichten/2010/12/Europese-aanpak-tegen-kindermisbruik.html

Gepost door: Morkhoven | 02-01-11

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.